Hilvarenbeek

Brouwerijen vanaf 1900
bron: Friedrich - Brauereiverzeichnis Niederlande (1997)
1a.Van der Poel1915
1b.H.F. de Leijer, bierbrouwerij De Roos1940
1c.Jos de Leijer, bierbrouwerij De Kroon1954

Bierbrouwerij De Roos

Alhoewel de gegevens over Hilvarenbeek wat de Middeleeuwen betreft schaars zijn, weten we dat reeds aan het begin van de 17e eeuw het bierbrouwen er, net zoals in andere plaatsen, een onvoorstelbare vlucht had genomen: aan de Plaatse, nu de Vrijthof, werd in een vijftal panden gebrouwen, maar ook in de straten die daar op uit kwamen, in de gehuchten de Voort, de Beerten, de Biest, het Loo en de Westerwijk, alsmede bij de heimolen, bij de Rovertse watermolen, op de Tulderse hoeve en op Groenendaal werd toen of in later tijd bier gemaakt. En het ging daarbij lang niet altijd om kleine hoeveelheden.

Oude brouwketel museumbrouwerij De Roos © foto Jan van Eerd

Aan het eind van de 17e eeuw, nog voor de grote dorpsbrand van 1694 die 40 huizen en minstens drie brouwerijen beschadigde, waren er acht brouwers in Hilvarenbeek. Dit waren de weduwe van mr. Johan Rijsbosch (die liet brouwen door haar meesterknecht Cornelis Laureijssen van Goirle), Tielman Lemnius, Hendrik Matthijs Maes, Cornelis van Hees, Merten Huijbregh Wustenburgh, Jan Middegaels, Cornelis Moonen (die verklaart de zaak over te doen aan zijn schoonzoon Johannes Fabri) en tenslotte Jan Sweens. In 1693 volgt er een opgave van in totaal 10 brouwers. Hendrick van Tulder, Merten Pellen en Peter van Dommelen zijn kennelijk nieuwkomers, de weduwe Rijsbosch komt (tijdelijk) niet meer voor. Hoewel we weinig concrete informatie krijgen over de inrichting van de toenmalige brouwerijen, blijkt uit de opgaven toch dat er overal nog maar één brouwketel was die tevens als waterketel werd gebruikt, een situatie die op het Brabantse platteland nog tot in de 20e eeuw kon worden aangetroffen.

Van de brouwketels wordt meestal zowel de inhoud, in "tonnen water" of "tonnen nat", als ook de hoeveelheid bier die daarvan gebrouwen kon worden (steeds de helft van de inhoud of iets meer) vermeld. De inhoud der ketels bleek te variëren tussen de acht en twaalf tonnen (ongeveer 1290 à 1930 liter), met de brouwerij van H. van Tulder als uitzondering (vier tonnen). Het waren dus flinke brouwerijen, waarvan er geen voor louter privé-gebruik bestemd kan zijn geweest. In dit verband is het zinvol in te gaan op het onderscheid tussen de zogenaamde huisbrouwers en koopbrouwers, een onderwerp dat veelvuldig wordt aangesneden in de literatuur over bier maar dat aanleiding geeft tot veel misverstand. Zo wordt meestal aangenomen dat de huisbrouwer alleen voor eigen gebruik zou brouwen, maar dat is duidelijk een te grote beperking. Van de 10 in de laatstgenoemde opgave voorkomende brouwerijen waren er vier onbruikbaar. Vijf van de resterende zes brouwers verklaarden dat zij huisbrouwer waren, slechts één was derhalve koopbrouwer. Huisbrouwers konden gezien worden als loonwerkers zoals ook de molenaars dat waren, terwijl de koopbrouwers handelaars waren.

In de eerste jaren na de grote dorpsbrand van 1694 verandert er weinig met betrekking tot het aantal brouwers. Het blijven er ongeveer 10. Wel duiken er zo nu en dan nieuwe namen op en worden er regelmatig ketels verhuurd. Zo zijn Jacob van de Kerckhoff en Hubertus Jansz. Smits kennelijk nieuwelingen, terwijl Cornelis van Hees, wiens brouwerij gelegen was ter plaatse van het huidige pand Vrijthof 3 en die tijdens de brand zware schade leed, in 1698 niet meer genoemd wordt. Vermeldenswaard is nog, dat het aantal tappers in Hilvarenbeek in 1689 32 bedroeg, en dat inclusief de brouwers. Wanneer we het aantal huizen schatten op 300 à 400, dan betekent dat één openbare drinkgelegenheid per 10 woningen.

De achttiende eeuw

Poort Brouwerij De Roos

Vanaf de 18e eeuw loopt het aantal brouwerijen snel terug. Op 18 oktober 1715 zijn er nog zes adressen met brouwketels: bij Servaes Middegaels, Hendrick Maes, de huisvrouw van dokter Glavimans, Adriaan Moonen, bij Jan Pellen (in de Beerten) en bij Huijbert Maes (op de Biest). In 1716 zijn er nog vijf, waaronder nu voor het merendeel koopbrouwers, namelijk vier.

In deze periode blijken de brouwerijen zelf nog het bereiden van de mout uit de gerst te verrichten, waar dit in latere jaren meestal door gespecialiseerde mouterijen wordt gedaan. Wanneer Servaes Middegaels het huis "De Sonne", gelegen aan de huidige Vrijthof, met brouwerij koopt van de kinderen Heesels in 1713, dan blijken er nogal wat zaken aan te mankeren. Van de "cuijp" (werkkuip) en van "den back die onder de cuijp staet" (lekbak) moet hout worden vernieuwd, terwijl het dak boven de brouwerij, de paardestal en de "est" herstel behoeft, alsmede de latten van de "est". Uit dit laatste blijkt dat er in de brouwerij een inrichting voor het drogen (en roosteren) van de mout aanwezig was, bestaande uit een raamwerk van houten latten boven een vuurplaats. Het bereiden van de belangrijkste grondstof, de gerstemout, vond dus in de brouwerij zelf plaats.

In 1792 zijn er nog drie brouwerijen in Hilvarenbeek, waarvan er twee niet worden gebruikt. Er zijn dan 22 tappers. Dit betekent een teruggang t.o.v. een eeuw eerder bij beide categorieën, maar het meest opvallend bij de brouwers.

De negentiende eeuw

Bierviltje bierbrouwerij De Roos Hilvarenbeek (collectie Kees Schrover)
Bierviltje bierbrouwerij De Roos Hilvarenbeek (collectie Kees Schrover)

De teruggang in Hilvarenbeek gaat geleidelijk verder. In 1819 zijn er nog maar twee brouwerijen over, waarmee het slecht blijkt te gaan. Er is "weinig konsumptie en verzending" en er werkt geen ander personeel dan de eigenaren. In 1830 tenslotte, blijkt er volgens het kadaster nog maar één brouwerij over te zijn, namelijk op het perceel D-867, nu Gelderstraat 14. De eigenaar was Meeghens. In de loop van de 19e eeuw moet deze brouwerij, waarvan we verder weinig weten, weer zijn verdwenen.

De patentregisters en gemeenteverslagen noemen echter in deze periode nog andere brouwerijen en brouwers.

In de gemeenteverslagen zien we dat er in 1853 nog er één brouwerij is in Hilvarenbeek van 250 vaten, in 1861 wordt gemeld dat het met de ene brouwerij "slap" gaat. In 1863 is de brouwerij in vooruitgang en brouwt éénmaal sweeks goed bruin bier. Vanaf 1866 wordt geen melding meer gemaakt van een brouwerij.

De patentregisters noemen van Meeghen tot 1829. Daarnaast wordt in 1814 genoemd weduwe Peter van Hees, brouwster en logementshoudster, in 1852 Margo van Hees, bierbrouwster beslag beneden 250 vaten zij wordt genoemd tot aan 1862. Vanaf dat jaar zien we G. Damen met een beslag beneden 250 vaten, vervolgens Petronella Damen en in 1874 nog P. Damen als bierbrouwer en logementhouder, maar in 1875 is hij klaarblijkelijk gestopt met brouwen en is alleen nog logementshouder.

Mede door de veranderingen in de accijnswetgeving worden echter weer nieuwe brouwerijen gebouwd, niet alleen in Hilvarenbeek, maar ook in de omgeving en de gehele provincie.

De oprichting van twee nieuwe brouwerijen

In 1877 bouwt Jos. Majoie een brouwerij naast het huidige pand Vrijthof 20 (De Roos) en enkele jaren later in 1882 wordt in de tuin van bakker Jan van der Poel brouwerij De Arend gesticht.

De Arend (bekijk een advertentie van De Arend uit 1897)

De eerste brouwers en eigenaren waren achtereenvolgens Johannes van der Poel en in 1899 Franciscus van der Poel. In 1908 komt het pand in handen van Frans Swinkels uit Gemert een neef van de brouwersfamilie uit Lieshout. Tussen de familie van der Poel en Swinkels bestaat een familierelatie. Frans Swinkels doet de brouwerij echter al weer snel van de hand, om daarna eigenaar en brouwer van De Roos te worden. De reden hiervan is ons helaas onbekend. In 1909 worden de Diessense gemeentesecretaris Norbertus van Dijck en de gebroeders Geeraerts als eigenaar genoemd. Norbertus van Dijck was de oudste zoon van bierbrouwer en boer George van Dijck, die de Baarschotse brouwerij gekocht had van zijn kinderloze zwager Anthonie Goossens. In 1911 is de brouwerij door brand verdwenen.

De Roos

Luitenant-kolonel Jacques Joseph Majoie (1787-1878)

Na het overlijden van de bewoonster van het huis dat nu Vrijthof 20 is, koopt Jos. Majoie in 1873 op een veiling de woning en diverse gronden. Volgens de gegevens van het patentregister, richt hij in 1877 de brouwerij in. Jos. Majoie een zoon van Luitenant-Konlonel Majoie die woonachtig was op Groenendaal. De kolonel zou zijn laatste levensdagen hebben doorgebracht in de brouwerswoning en hier ook overleden zijn.

Op 31 maart 1886 verklaarde Joseph Majoie voor notaris Frencken dat hij aan de burgemeester van Hilvarenbeek, Franciscus Johannes Baptista Verlinden, verkocht had: een heerenhuis met stallingen, bergplaats en erf en bierbrouwerij. In het begin van de 20e eeuw is zijn zoon Johannes Verlinden de brouwer/eigenaar.

Op dinsdag 28 januari 1908 om 10 uur in de voormiddag ging notaris Mieltje Huysmans over tot de openbare verkoping van de hele huisraad die zich in het woonhuis bij de brouwerij bevond. Daar vond ook de verkoping plaats. Opdrachtgever was de bierbrouwer Johannes Josephus Franciscus Verlinden, zoon van de burgemeester. Drie weken na de verkoop van zijn huisinventaris blijkt Verlinden zijn onroerend goed ook verkocht te hebben. Op 21 februari werd bij de notaris immers beschreven dat de Beekse bierbrouwer Franciscus Petrus Adrianus Swinkels gekocht had: heerenhuis, bierbrouwerij met volledigen inventaris, stalling, schuur, erf en tuinen. De koopprijs bedroeg ƒ 7750,- Diezelfde dag leende Frans Swinkels ten overstaan van notaris Huysmans ƒ 4000,- van de Tilburgse mejuffrouw Maria Norberta Francisca de Beer.

Frans Swinkels van de Arend wordt zo de nieuwe eigenaar van de Roos, kennelijk met de bedoeling om hier snel een moderne brouwerij van te maken. Zo krijgt hij in 1909 een vergunning voor de aanleg van een lagerkelder naast de brouwerijruimte. Daar zou hij blijven brouwen tot 1914, het jaar waarin de brouwerij op een veiling verkocht werd aan de gebroeders de Leijer uit Boxtel. Waarom de Roos door Frans Swinkels verkocht werd is niet geheel duidelijk, maar het failliet gaan van de Hanzebank in Duitsland schijnt ermee te maken te hebben gehad, zodat financiële problemen, ook voor de brouwer zelf, daar mogelijk de achtergrond van zijn.

Op de veiling bieden naast de gebroeders de Leijer ook mee de brouwer van Roessel uit Tilburg en de Diessense gemeentesecretaris Norbertus van Dijck, tot aan de brand in 1911 de mede-eigenaar van de Arend.

Henri de Leijer wordt de brouwer van de Roos en blijft dit ambacht tot in 1933 uitoefenen. Wel gaat hij en na zijn overlijden in 1954 zijn zoon Fried nog tot 1964 door met de productie van limonades, champagnepils en spuitwater.

Het duurt tot 1996 voordat in de Roos weer wordt gebrouwen.

Artikel met dank aan Harrie de Leijer van Museumbrouwerij De Roos

Gebrouwen bieren: Bikse Tripel, De Roos, Dubbele Konjel, Rooie Fik (vaste bieren), De Witte Roos, Kerstroos (seizoensbieren)

Museumbrouwerij de Roos 2012 from coolsmedia on Vimeo.

Bierbrouwerij De Roos
Sint Sebastiaanstraat 4
5081 ZG Hilvarenbeek
www.bierbrouwerijderoos.nl
deroos@museumbrouwerij.nl

Kroniek der Brabantse Brouwerijhistorie

Museumbrouwerij De Roos heeft zich ten doel gesteld om de rijke Brabantse bierhistorie in kaart te brengen, te archiveren en zoveel mogelijk voor het nageslacht te bewaren. Ook wil de Museumbrouwerij de Brabantse brouwers weer met elkaar in contact brengen.
In de Kroniek zullen artikelen verschijnen over het verleden van de Brabantse brouwwereld, de brouwerijen, anekdotes, documenten. Het eerste nummer (2009) is geschreven door de vrijwilligers van Museumbrouwerij De Roos, maar voor toekomstige uitgaven wordt iedereen die zich hiertoe geroepen voelt, in de gelegenheid gesteld bijdragen te leveren.

Kroniek der Brabantse Brouwerijhistorie 2009      Kroniek der Brabantse Brouwerijhistorie 2010

Artikelen zijn onder andere verschenen over de volgende onderwerpen:

2009
  • De gietijzeren roerkuip van "De Roos"
  • Op zoek naar Frans Swinkels
  • De laatste brouwer van Het Witte Kruis
  • Bierbrouwerij "De Zwaan" te Reusel
2010
  • Elk dorp een eigen brouwerij
  • De verrassingen bij het industrialiseren van het brouwbedrijf
  • Een oude Brabantse brouwerij
  • De Drie Hoefijzersbrouwerij in Breda
2011
  • Brouwerij Het Hert / Stoombierbrouwerij De Raaf (Eindhoven)
  • Een gesprek met de oudste bierbrouwer van Nederland
  • Nieuw personeel
  • Brouwerij De Leeuw, drie eeuwen Vessemse geschiedenis
2012
  • Bierbrouwen in Hilvarenbeek
  • De Rooijse Brouwerijen
  • De brouwerij in het Openluchtmuseum
  • Bierbrouwerijen in Deurne

Kroniek der Brabantse Brouwerijhistorie 2011      Kroniek der Brabantse Brouwerijhistorie 2012

De Kroniek der Brabantse Brouwerijhistorie is te koop in de winkel van Bierbrouwerij De Roos.